Tips bij zomerse temperaturen

Volgens klimaatexperts krijgt Nederland steeds vaker te maken met warme zomers. Zomers die zich kenmerken door veel zon en hoge temperaturen. Voor de mens is het duidelijk: draag luchtige kleding, drink veel en voorkom zware inspanningen of maak gebruik van een airco. Maar hoe beschermt u als pluimveehouder uw dieren tegen deze warme zomers?

Vogels en dus ook pluimvee hebben geen zweetklieren om hun warmte kwijt te raken. Tijdens warme en vochtige dagen kost dit extra energie. Hierdoor gaan de dieren snel ademen. Dit kan gevolgen hebben voor de gezondheid, het welzijn en de prestaties van uw dieren. In samenwerking met universitair docent diergeneeskunde Dr. Mieke Matthijs, practicumdocent huisvesting & klimaat aan de Universiteit van Utrecht Ing. Jan van Schip en Royal GD stelde AVINED een aantal tips op om de nadelige gevolgen van een warme zomer tot het minimum te beperken:

1. Kijk naar de gevoelstemperatuur, niet de absolute temperatuur

Nederland heeft steeds vaker te maken met hoge temperaturen. Toch leidt dit niet altijd tot problemen bij uw dieren. Bij een lage relatieve luchtvochtigheid (RV) kunnen uw dieren namelijk langer tegen de hoge temperaturen. De absolute temperatuur alleen zegt niet zoveel. Temperatuur in combinatie met de relatieve luchtvochtigheid en luchtsnelheid wél. Oftewel de gevoelstemperatuur. Vanaf >28 °C zijn er mogelijkheden om het ‘hoofd’ van uw dieren koel te houden. Zorg dan voor een relatieve luchtvochtigheid onder de 80% en een luchtsnelheid van 2 tot 3 m/s.
Lees meer over de rol van de relatieve luchtvochtigheid en de comfortzone bij pluimvee in een Engelstalige onderzoek (klik hier).
 

2. Optimaliseer het stalklimaat

De gevoelstemperatuur is de belangrijkste graadmeter als het gaat om het beperken van nadelige gevolgen van een warme zomer bij uw dieren. Voor een optimaal klimaat kunt u denken aan het volgende:

  • Zorg voor de aanwezigheid van een geijkte relatieve luchtvochtigheidsmeter (RV) op uw bedrijf. Met behulp van een RV meter (combinatie RV . temp en luchtsnelheid) heeft u op elk moment van de dag inzicht in de gevoelstemperatuur. Deze meter dient wel minimaal 1x per jaar geijkt te worden.
  • Plaats bij temperaturen boven de >28 °C grote hulpventilatoren voor de realisatie van een goede luchtcirculatie. Of kantel de ventielen zo dat de lucht met snelheid >2-3 m/sec langs de dieren kan stromen
  • Probeer zoveel mogelijk lucht langs de dieren te krijgen. Overweeg ook wat vaker een rondje door de stal te lopen en de dieren in de benen te krijgen. Een staand dier kan makkelijker zijn warmte kwijt dan een liggend dier;
  • Sluit zoveel mogelijk de staldeuren, voorkom spleten in deuren of muren en controleer de werking van de toe/en afvoerlucht regelmatig. Open deuren, scheuren en spinnenwebben verlagen namelijk de onderdruk en verstoren de luchtstroom. Met rookproeven kunt u de luchtstroom in de stal bekijken en eventueel bijsturen;
  • Begin tijdig met koelen, wacht niet tot de warmte in de stal zit. De relatieve luchtvochtigheid (RV) zal namelijk door de koeling stijgen. Wordt de RV in de stal hoger dan 80%? Stop dan uw hoge druk koelsysteem. De dieren nat maken met de tuinslang en of polyethyleen-slang met nozzles, in combinatie met luchtsnelheid, geeft dan een beter koeleffect. De RV blijft dan gemakkelijker onder de 80%.
     

3. Controleer frequent het gewicht

Door hoge temperaturen vermindert de voeropname van uw dieren. Om een ongewenste gewichtsafname zo vroeg mogelijk te signaleren, is het raadzaam om het gewicht van de dieren te monitoren. Constateert u een afwijking van de gewenste groeicurve? Verplaats dan bijvoorbeeld de hoofdvoedertijden naar de vroege ochtenduren. Of pas het lichtprogramma aan. In de vroege uurtjes hebben de dieren vaak meer honger, omdat de temperaturen dan nog niet zo hoog zijn. U kunt ook nadenken over aanpassingen in de samenstelling van het voer en toediening van vitamines. Tot ongeveer 6 uur na de voerbeurt zal het dier als gevolg van de verteringsarbeid zelf veel warmte produceren: dat betreft een kwart tot een derde van de omzetbare energie. Raadpleeg hiervoor uw voervertegenwoordiger.
 

4. Zorg voor voldoende vers en schoon drinkwater

Het zal u niet verbazen dat dieren meer drinken in warme perioden. Controleer regelmatig of er  voldoende vers en schoon drinkwater beschikbaar is. Let op: in stilstaand drinkwater vermenigvuldigen bacteriën andere ziektekiemen zich snel. Een automatische spoelinstallatie biedt hierbij uitkomst.
 

5. Samen weet je meer dan alleen

´Meten is weten´ zeggen ze wel eens. Onderschat echter niet uw eigen deskundigheid, u kent uw dieren namelijk het beste. Schroom daarbij niet om contact op te nemen met uw collega-pluimveehouders, dierenarts, voeradviseur of klimaatdeskundigen. Samen weet je namelijk meer dan alleen.

 

Meer weten?

Bovenstaande tips zijn slechts een aantal algemene tips die u kunt nemen om uw dieren te beschermen tegen de warmte. De tips zijn uiteraard afhankelijk van de situatie ter plaatse, die u als geen ander kent. Raadpleeg de website van GD voor meer diergezondheidstips voor pluimvee. Of neem contact op met uw dierenarts of voeradviseur. Tot slot bent u benieuwd naar meer informatie over dit onderwerp, zoals de gevolgen van hittestress bij pluimvee? Raadpleeg dan deze wetenschappelijke studie (Engelstalig). 

 

Wat doet de sector nog meer?  

1. Verantwoord transport (protocol)

Transport van dieren dient altijd plaats te vinden met aandacht voor dierenwelzijn, ook op dagen met extreme hoge temperaturen. De omstandigheden van het vervoer van dieren bij hoge temperaturen zijn in de Nederlandse pluimveesector goed geregeld. Stichting AVINED heeft samen met de pluimveesector een protocol opgesteld om, als uitstel niet mogelijk is pluimveetransport bij extreme omgevingstemperaturen verantwoord uit te voeren. Het protocol vindt u in het bestandenblok op deze webpagina of via deze link. Meer informatie over maatregelen voor transport bij extreme temperaturen, is te vinden op de website van NEPLUVI.

2. IKB voorschriften

Het merendeel van de Nederlandse pluimveehouders neemt deel aan IKB Kip of IKB Ei. Deze kwaliteitsschema’s bevatten ook voorschriften die betrekking hebben op warme temperaturen, zoals verplichte voorzieningen waarmee het klimaat in de stal(len) kan worden gereguleerd en registraties van uitgevoerde controles van de noodstroomaggregaat en alarmeringsapparatuur.

Meer informatie