Tekst: Monique van Loon, bron: Sterke Erven
Duidelijkheid bij overgang
Volgens Dekkers ligt de grootste winst niet in het tekenen van een plattegrond met gekleurde vakken, maar in het goed organiseren van de overgangen tussen die vakken. Voor mensen betekent dat dat per overgang duidelijk moet zijn wat nodig is, bijvoorbeeld schoeisel wisselen, bedrijfskleding aantrekken en handen wassen. Elke handeling draagt bij aan het beperken van in- en versleep. Ook de hygiënesluis is zo’n zone-overgang. Vanaf 1 juli 2028 moet elk IKB-pluimveebedrijf beschikken over een doorloopdouche die zorgt voor een duidelijke overgang van vuil naar schoon en voorkomt dat looproutes elkaar kruisen. Douchen is een van de maatregelen, naast onder meer het wisselen van kleding en schoeisel. Bij voertuigen is het ingewikkelder. Vrachtwagens moeten vaak over het bedrijfsterrein. „Houd transportstromen gescheiden van de routes naar de stallen die mensen gebruiken”, adviseert Dekkers. Idealiter blijven aan- en afleverende voertuigen, maar ook voertuigen van het eigen bedrijf zoals heftruck of kruiwagen, zoveel mogelijk buiten de groene zone en worden materialen of producten bij het kruisen van een zonegrens overgeladen. Volledig vertrouwen op een ontsmettingsmat of desinfectiebak is niet slim. Reiniging en ontsmetting kan bijdragen, maar werkt alleen goed als vuil zoveel mogelijk is verwijderd en het middel correct wordt toegepast en voldoende lang kan inwerken.
Foutjes doorbreken de grens
Kleine onoplettendheden kunnen een zonegrens doorbreken. In het praktijkonderzoek liet fluorescerende markeerstof zien hoe vervuiling via schoeisel of looproutes ongemerkt kan worden versleept. Een paar stappen met de verkeerde laarzen of schoenen die net over de grens worden gezet, lijken details, maar kunnen ervoor zorgen dat de bedoelde scheiding niet goed werkt. Vooral tractoren die over land en daarna over het erf rijden, verdienen aandacht. De banden kunnen besmette mest naar het bedrijfsterrein meenemen. „De plek van de machineloods en erfafscheiding kunnen de bioveiligheid verbeteren”, aldus Dekkers.
Slimme inrichting helpt
Een goede inrichting maakt het makkelijker om de juiste keuzes te maken. Bedrijven gebruiken bijvoorbeeld een apart voetpad vanaf de parkeerplaats naar de stallen, zodat bezoekers niet tussen vrachtverkeer lopen. Andere plaatsen bedrijfsschoenen bij de parkeerplaats, zodat bezoekers vóór de eerste zone-overgang kunnen wisselen. Ook een plattegrond met duidelijke looplijnen helpt om snel zichtbaar te maken waar verschillende verkeersstromen elkaar kruisen. „Ik hoor vaak dat pluimveehouders worstelen met de bestaande inrichting”, zegt Dekkers. „Je kunt niet zomaar een extra weg laten aanleggen of een centrale gang met een doorloopdouche bouwen. Kijk daarom naar wat wel kan en probeer belangrijke risicomomenten af te dekken. Bijvoorbeeld na transportbewegingen de gebruikte rij- en looproutes goed reinigen en ontsmetten. Of het schoonmaken van de eieropslag en looproutes na het ophalen van eieren, voordat vervuiling verder het bedrijf ingesleept kan worden. Het uitgangspunt is steeds: voorkom dat vervuiling vanuit een minder schone zone verder wordt meegenomen naar een schonere zone.” Geen enkel pluimveebedrijf is perfect ingericht. Daarom is het verstandig om regelmatig kritisch naar de eigen bedrijfsvoering te kijken. Waar lopen mensen? Waar komen voertuigen? Worden laarzen op meerdere plekken gebruikt? Zijn de afspraken voor bezoekers duidelijk? Pak eens een plattegrond en volg letterlijk de routes van mensen, voertuigen en materialen. „Vertrouw niet blind op een desinfectiemat of een ontsmettingsbak. Een schoeiselwisseling bij een plankje of bankje is eenvoudiger”, aldus Dekkers. Zonering is niet ingewikkeld of kostbaar. „Vaak zit de winst in kleine verbeteringen. Als de inrichting logisch is en iedereen weet wat hij moet doen bij een zoneovergang, is bioveilig werken een routine.”