Newcastle disease (NCD) is een virusaandoening bij pluimvee die ook wel pseudovogelpest wordt genoemd, aangezien het virus net zo dodelijk is voor kippen als het vogelgriepvirus. NCD-virus lijkt in veel opzichten sterk op het vogelgriepvirus. Het geeft vergelijkbare klinische verschijnselen en sterfte bij niet-gevaccineerde kippen en is net als vogelgriep aangifteplichtig. Besmette bedrijven zullen worden geruimd door de NVWA en rondom uitbraken zullen net als bij vogelgriep 3- en 10 km-zones met beperkingen worden ingesteld. Daarnaast zullen uitbraken ook gevolgen hebben voor de export van pluimveeproducten.
Wie kunnen er NCD krijgen?
NCD kan bij meer dan 240 vogelsoorten voorkomen, waaronder diverse soorten wilde vogels zoals duiven. Niet voor elke vogel is het virus even ziekmakend. Kippen zijn erg gevoelig voor dit virus, sterfte tot 100% kan optreden bij niet gevaccineerde dieren. Ook ongevaccineerde kalkoenen zijn gevoelig en vertonen hoge sterfte door NCD.
NCD in Europa
Polen heeft sinds enkele jaren te kampen met veel uitbraken van NCD bij commercieel gehouden pluimvee en hobbyvogels. Deze uitbraken spelen bij zowel niet- als wel gevaccineerde koppels. Sinds begin 2026 hebben er ook in een hoog tempo meer dan veertig uitbraken van NCD in Duitsland plaatsgevonden, ook bij gevaccineerde koppels. Daarnaast spelen er ook uitbraken in andere Europese landen, zoals in Spanje en Tsjechië. NCD kan via besmette materialen (zoals eiertrays, containers en vrachtwagens) en menselijke contacten worden overgebracht tussen pluimveekoppels. Er zijn sterke aanwijzingen dat dit ook in Polen en Duitsland tot uitbraken heeft geleid, de rol van wilde vogels in deze verspreiding lijkt wat beperkter te zijn. Tussen Polen, Duitsland en Nederland is veel verkeer binnen de pluimveewereld. Eén vrachtwagen met besmet materiaal of dieren die de grens over rijdt, kan dan ook genoeg zijn om ook in Nederland tot uitbraken van het NCD-virus te leiden.
Klinische verschijnselen
In Nederland geldt een vaccinatieverplichting voor (commercieel) gehouden kippen en kalkoenen. Hoe ziek dieren worden na besmetting hangt dus ook af van de vaccinatiestatus van de koppel. Voor niet-gevaccineerde kippen is het virus tot 100% dodelijk, vergelijkbaar met vogelgriep. Zieke dieren kunnen naast algemeen ziek zijn ook zenuwverschijnselen, luchtwegverschijnselen, darmklachten en dalingen in voer- en wateropname, eilegdalingen en afwijkende eischalen laten zien. Bij redelijk goed gevaccineerde koppels kunnen de klinische verschijnselen beperkt zijn, hoewel de dieren nog wel virus kunnen uitscheiden. Zo kunnen bij volwassen leggende dieren verschijnselen als (ernstige) eilegdalingen, voeropnamedalingen en afwijkende eischalen voorkomen die heel erg kunnen lijken op de verschijnselen van andere ziekteverwekkers zoals IB-virus of TRT.
Wat kan je tegen NCD doen?
Er bestaat geen medicijn tegen het NCD-virus. Besmette koppels zullen worden geruimd. Een goede externe bioveiligheid is dus erg belangrijk! Voorkom dat besmette mensen en materialen op uw erf en in uw stal(len) komen. Houdt er rekening mee dat verkeer tussen besmette gebieden in Polen en Duitsland een groot risico kan vormen voor de Nederlandse pluimveesector. Alle hygiënemaatregelen die voor vogelgriep en Salmonella worden getroffen zijn ook van belang voor NCD. Zorg voor een optimale vaccinatiestatus van uw koppel pluimvee. Geadviseerd wordt om levende vaccins niet via het drinkwater toe te passen, maar te sprayen, omdat door middel van sprayen meer lokale bescherming in de luchtwegen wordt opgewekt. Erg belangrijk is, dat het gehele koppel gevaccineerd wordt en er geen onbeschermde dieren in uw stal aanwezig zijn. Verdere aanscherping van het ‘gebruikelijke’ vaccinatieprogramma kan afhankelijk van de omstandigheden nodig zijn, neem hiervoor contact op met uw dierenarts. De beschikbaarheid van levende NCD-vaccins is momenteel beperkt in Europa, hier wordt aan gewerkt om dit op te lossen.
Als u vragen heeft over hoe u uw dieren het beste kunt beschermen door vaccinatie en hygiënemaatregelen, kunt u altijd contact opnemen met uw eigen dierenarts. Uw dierenarts kan samen met u, naar beschikbaarheid van vaccins, het optimale vaccinatieschema opstellen.