Nieuws

Regenwater: De onderschatte besmettingsroute

In Nederland is regen eerder regel dan uitzondering. Met meer dan 200 neerslagdagen per jaar krijgen pluimveebedrijven vaak te maken met natte omstandigheden. Toch wordt regenwater zelden gezien als een serieus bioveiligheidsrisico. Onterecht, blijkt uit recent praktijkonderzoek: water kan een verrassend efficiënte transporteur zijn van vuil, stof en ziekteverwekkers.

Praktische tips tegen regenwater

De gevolgen van een vogelgriepvirus uitbraak zijn groot. Samen moeten we alles op alles zetten om de kans op een besmetting met dit virus zo klein mogelijk te maken. Naast de bekende infectieroutes, speelt regenwater ook een rol.

Monitoringsprogramma zelfcontrole kritische stoffen voor pakstations

Vanaf dit jaar stelt AVINED een monitoringsprogramma zelfcontrole op kritische stoffen beschikbaar voor pakstations. Deelname aan dit programma is één van de mogelijkheden om invulling te geven aan de wettelijke verplichting tot uitvoering van zelfcontrole op (in dit geval buitenlandse) eieren. Deelname aan het programma is vrijwillig.

Meer nieuws

Avined

Stichting AVINED heeft als missie om met een efficiënte dienstverlening de huidige duurzame en robuuste marktpositie van de Nederlandse pluimveesector verder te versterken.

Lees meer

Legrijpe dieren vanaf een opfokbedrijf

Onder onderstaande voorwaarden is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen om legrijpe dieren van een opfokbedrijf te verplaatsen:

  • Gebruik het formulier aanvraag ontheffing legrijp pluimvee
  • Uitsluitend bij (dreigend) dierenwelzijnsprobleem voor de te vervoeren dieren:
    • Vanaf 19 weken leeftijd of eerder met verklaring van eigen dierenarts i.v.m. dierenwelzijn
    • Vanaf 14 dagen na de laatste uitbraak binnen 10 km van het bedrijf
  • Geen dieren naar zeer pluimveedichte gebieden zoals Gelderse Vallei, dit ter beoordeling aan NVWA en LVVN.
  • Epidemiologische eenheid van bestemming bevat geen pluimvee. Dat betekent: er is geen stal waarin pluimvee zit waarmee contacten zijn, stal voldoet aan volgende eisen:
  1. Strikte fysieke scheiding tussen de stallen. Volledig omsloten luchtvolume per stal, met dichte wanden, zonder enige directe verbinding met andere stallen of gemeenschappelijke ruimten (zoals een verbindingsgang, een eierband die van stal naar stal en/of naar buiten loopt of een mestband die onder de vloer van stal naar stal en/of naar buiten loopt).
  2. Volledig gescheiden ventilatiesystemen, zonder gedeelde luchtstromen of onderdruk die tot verspreiding van virusdeeltjes kan leiden.
  3. Gescheiden looproutes, materialen en personeel, zodat kruisbesmetting via mensen, kleding, materialen of apparatuur wordt voorkomen.
  4. Duidelijke hygiënebarrières tussen stallen (bijv. aparte hygiënesluizen, kleding en schoeisel per stal).
  5. Geen gedeelde mest-, water- of voersystemen die directe of indirecte transmissie kunnen faciliteren.
  • Epidemiologische eenheid van bestemming blijft 3 weken onder toezicht
  • De NVWA regelt (indien er voldoende capaciteit is) de klinische inspectie binnen 24 uur voor transport
  • Het transport maakt gebruik van het hygiëneprotocol
  • Het vangbedrijf maakt gebruik van het hygiëneprotocol

Als de dieren van een opfokbedrijf uit een beschermingszone komen dan geldt aanvullend:

  • Door de NVWA verzegeld transport (wordt door de NVWA geregeld)
  • PCR testen van elke stal: 20 tracheaswabs per stal. Deze zijn 4 dagen geldig en worden door de houder verzorgd.