Nieuws

Griepprik voor pluimveehouders

Het ministerie van VWS heeft besloten de doelgroep voor de jaarlijkse griepvaccinatie uit te breiden. Ook mensen die een groter risico lopen om met vogelgriep in aanraking te komen, waaronder pluimveehouders, worden geadviseerd een griepprik te halen.

Herfstperiode vraagt om extra alertheid op NCD

De situatie rondom vogelgriep in Europa is de afgelopen maanden gelukkig relatief rustig. Toch neemt met het aanbreken van de herfst het risico op nieuwe uitbraken weer toe. Ook Newcastle Disease (NCD) blijft een aandachtspunt. Op 30 september jl. is er een uitbraak gemeld bij hobbydieren in Tongeren in België, niet ver van de Nederlandser grens. Voor beide ziekten geldt: blijf alert, let goed op ziekteverschijnselen en zorg dat de bioveiligheidsmaatregelen op uw bedrijf op orde zijn.

Herfstperiode vraagt om extra alertheid op vogelgriep

De situatie rondom vogelgriep in Europa is de afgelopen maanden gelukkig relatief rustig. Toch neemt met het aanbreken van de herfst het risico op nieuwe uitbraken weer toe. Ook Newcastle Disease (NCD) blijft een aandachtspunt. Voor beide ziekten geldt: blijf alert, let goed op ziekteverschijnselen en zorg dat de bioveiligheidsmaatregelen op uw bedrijf op orde zijn.

Meer nieuws

Avined

Stichting AVINED heeft als missie om met een efficiënte dienstverlening de huidige duurzame en robuuste marktpositie van de Nederlandse pluimveesector verder te versterken.

Lees meer

Werkwijze aanvullende monstername brononderzoek legeindbedrijven

Salmonella bemonstering ten behoeve van brononderzoek op legpluimveebedrijven

Het aantal Salmonella Enteritidis (S.E.) positieve legkoppels is de afgelopen jaren toegenomen. Besmettingsbronnen zijn nog onvoldoende in beeld. Het is wenselijk om – naast de reguliere en officiële monsters t.b.v. het Nationaal Controle Programma Salmonella (NCPS) – op legpluimveebedrijven aanvullende salmonella monsters te nemen om aanvullend onderzoek te kunnen doen naar mogelijke in- en versleeproutes van S.E. op legpluimveebedrijven.

Wanneer een meldingsplichtige en/of bestrijdingsplichtige Salmonella wordt aangetroffen in deze aanvullende monsters zou dit consequenties kunnen hebben voor uw bedrijf. Lees meer op de website van de NVWA: Welke typen salmonella zijn bestrijdingsplichtig? | Salmonella bij pluimvee | NVWA.

Het doel van deze communicatie is om duidelijkheid te verschaffen over de werkwijze rond het insturen van aanvullende salmonella monsters naast NCPS monsters.

Locatie monster Matrix Gevolg Vervolg
Binnen stal NCPS monsters

Onder NCPS monsters vallen: overschoenen, veegdoekjes, stof en mest. NB: stof/mest uit bijv. ventielen en ventilatoren worden als “binnen stal” beschouwd.

Verdachtstatus bij Salmonella spp NVWA verklaart koppel besmet indien S. Enteritidis of (monofasische) S. Typhimurium wordt gedetecteerd.
Binnen stal Niet NCPS monsters

(bijv. insecten, ongedierte)

Geen wijziging status Opvolgen alle negatieve stallen op het bedrijf met geborgde NCPS monstername door dierenarts binnen 2 weken na dagtekening uitslag serotypering (S.E./S.T.) van aanvullend salmonella monster.*
Buiten stal Niet NCPS monsters

(bijv. verpakkingsmateriaal /  eiertrays / ongedierte / huisdieren / laarzen / transportmiddelen / afleidingsmaterialen)

Geen wijziging status Opvolgen alle negatieve stallen op het bedrijf met geborgde NCPS monstername door dierenarts binnen 2 weken na dagtekening uitslag serotypering (S.E./S.T.) van aanvullend salmonella monster.*

*De veehouder mag vanaf de datum waarop de geborgde monstername heeft plaatsgevonden, doortellen voor het volgende NCPS-monster.

Let op: Wanneer niet aan deze vorm van geborgde monstername wordt voldaan, kan dit voor de NVWA aanleiding zijn om zelf een officiële monstername op het bedrijf uit te voeren.

Laat de dierenarts tijdens de geborgde monstername het bioveiligheidsplan zorgvuldig met u doornemen, zodat het risico op versleep binnen het bedrijf en naar andere stallen (zoals het pluimvee) zoveel mogelijk wordt beperkt.

Voor het correct verwerken van salmonella monsters is het belangrijk dat bij het insturen:

  • vermeld wordt wat de herkomst van het monster is (kipnummer + NAW-gegevens),
  • vermeld wordt van welke bron het monster is genomen (bijv. ongedierte, verpakkingsmateriaal, huisdieren) én
  • vermeld wordt of het monster binnen of buiten de stal is genomen. Indien het monster binnen de stal is genomen, vermeld dan ook het stalnummer.