Logistiek rondom eierafvoer: Een kwetsbare schakel
Tekst: Monique van Loon, bron: Sterke Erven
Waar het op papier logisch lijkt – schoon en vuil scheiden – blijkt dat in de praktijk lastig vol te houden. Transporteurs komen via de ‘vuile’ route het erf op en gaan het eierlokaal in. Tegelijk is diezelfde ruimte vaak onderdeel van de ‘schone’ route richting de stallen. Op veel bedrijven lopen routes van chauffeurs, medewerkers en veehouders door elkaar heen. Zeker wanneer er geen aparte eieropslag is, is dat moeilijk te voorkomen. „Medewerkers lopen bijvoorbeeld vanuit de stal naar het eierlokaal en weer terug, vaak zonder van schoeisel te wisselen. Ook werken dezelfde mensen regelmatig zowel in de stal als bij het eieren inpakken”, aldus Dekkers. Hierdoor is het mogelijk dat eventuele besmetting van buiten via het eierlokaal uiteindelijk bij de dieren terechtkomt. „Zodra looplijnen elkaar kruisen, neemt het risico exponentieel toe”, zegt Dekkers. „En dat gebeurt sneller dan je denkt.” Chauffeurs komen vaak op wisselende tijden. Dat maakt het lastig om processen strak te organiseren.
Hygiëne in het eierlokaal
Eiertrays en pallets komen van buiten en kunnen vervuiling meebrengen. In de praktijk worden trays niet altijd schoon aangeleverd. Soms staan pallets met trays tijdelijk buiten op het erf voordat ze naar binnen gaan. Daarmee is de kans groot dat de onderzijde vervuild raakt. Die vervuiling gaat mee naar binnen. Positief is dat steeds meer veehouders hier alert op zijn en zichtbaar vuile trays weigeren.
Ook de hygiëne in eierlokalen zelf verdient aandacht. Tijdens het onderzoek werden regelmatig stof, veren en resten van gebroken eieren aangetroffen. Dat is niet alleen een teken dat schoonmaak beter kan, maar het vormt ook een risico. Dit soort omstandigheden trekt ongedierte aan, zoals vliegen en kevers, die ziekteverwekkers kunnen verspreiden. Op sommige bedrijven wordt dagelijks geveegd, maar grondig reinigen en ontsmetten van vloeren en looproutes gebeurt lang niet altijd structureel, zeker niet na eierafvoer.
Een belangrijk inzicht uit de fluorescentietesten is dat vervuiling eenvoudig tot ver in de opslagruimten kon komen via transportmiddelen. Karren en palletwagens gaan van buiten naar binnen en weer terug. Daarbij nemen ze gemakkelijk vervuiling mee verder het bedrijf in.
Hetzelfde geldt voor schoeisel van chauffeurs en medewerkers. Zeker wanneer er veel heen en weer wordt gelopen tussen eieropslag en stal, neemt het risico toe. Op veel bedrijven is het protocol: wielen, karren en schoenen sprayen met desinfectiemiddel. De effectiviteit blijkt in de praktijk vaak tegen te vallen vanwege aanbrengen op vervuilde ondergrond, te korte inwerktijd, en doordat niet alle oppervlaktes zijn geraakt of vloeren te snel opdrogen. Desinfectie geeft vaak een gevoel van schijnveiligheid.
Schoonmaken na risicomoment
De onderzoeksresultaten bieden tegelijkertijd duidelijke aanknopingspunten voor verbetering. Een belangrijke verbetering in denken zou zijn om minder te focussen op desinfectie vóór transportbewegingen, en juist meer op reinigen en ontsmetten ná afloop. Door eieropslag en looproutes direct na eierafvoer schoon te maken, wordt voorkomen dat binnengebrachte vervuiling zich verder verspreidt. Deze aanpak sluit beter aan bij de praktijk en is vaak eenvoudiger uit te voeren. De belangrijkste conclusie uit het onderzoek is misschien wel dat bioveiligheid niet alleen draait om voorzieningen, maar vooral om gedrag. Immers: een goed ingericht bedrijf loopt alsnog risico als werkafspraken niet worden nageleefd. Andersom kunnen praktische, haalbare maatregelen juist veel effect hebben bij consequente toepassing. Dat vraagt om bewustwording, duidelijke afspraken en regelmatige evaluatie. Door regelmatig stil te staan bij het verloop van processen, kunnen knelpunten zichtbaar worden en verbeteringen worden doorgevoerd. De logistiek rond eierafvoer betreft een moment waarop veel risico’s samenkomen; niet door één grote fout, maar door een optelsom van kleine handelingen van zowel eigen mensen als externen.
Door kritisch te kijken naar routing, gedrag en schoonmaakmomenten kunnen pluimveehouders deze risico’s aanzienlijk verkleinen. De sleutel ligt in een praktische aanpak: duidelijke keuzes in inrichting, heldere werkafspraken en vooral consequent handelen in de dagelijkse routine. „Bij twijfel helpt het om logistieke processen zichtbaar te maken. (Wild)camera’s rond de eieropslag geven snel inzicht in looplijnen, gedrag en risicomomenten”, besluit Willem Dekkers.
Praktische aandachtspunten:
• Fysiek afgescheiden eierbewaarplaats met eigen buitentoegang is het beste
• Zorg voor duidelijke scheiding tussen schone en vuile routes, zowel op het erf (logische en schone aanrijroute naar de eieropslag) als in het bedrijf
• Voorkom dat chauffeurs verder het bedrijf in lopen dan nodig: maak de route duidelijk, houd deuren richting eierlokaal of stallen gesloten
• Beperk zelf het heen en weer lopen tussen eierlokaal en stal
• Scheid werk in het eierlokaal van stalwerk: zorg voor verschillende mensen of wissel van kleding, schoeisel en was de handen
• Controleer trays visueel en weiger vervuild materiaal, zet pallets direct binnen en niet eerst op het erf
• Houd eierlokalen schoon en vrij van stof en resten
• Reinig en ontsmet vloeren en looproutes na eierafvoer
• Beschouw schoeisel, karren en palletwagens als mogelijke besmettingsbron, ook als deze nat gemaakt zijn met desinfectiemiddel