Nieuws

Regenwater: De onderschatte besmettingsroute

In Nederland is regen eerder regel dan uitzondering. Met meer dan 200 neerslagdagen per jaar krijgen pluimveebedrijven vaak te maken met natte omstandigheden. Toch wordt regenwater zelden gezien als een serieus bioveiligheidsrisico. Onterecht, blijkt uit recent praktijkonderzoek: water kan een verrassend efficiënte transporteur zijn van vuil, stof en ziekteverwekkers.

Praktische tips tegen regenwater

De gevolgen van een vogelgriepvirus uitbraak zijn groot. Samen moeten we alles op alles zetten om de kans op een besmetting met dit virus zo klein mogelijk te maken. Naast de bekende infectieroutes, speelt regenwater ook een rol.

Monitoringsprogramma zelfcontrole kritische stoffen voor pakstations

Vanaf dit jaar stelt AVINED een monitoringsprogramma zelfcontrole op kritische stoffen beschikbaar voor pakstations. Deelname aan dit programma is één van de mogelijkheden om invulling te geven aan de wettelijke verplichting tot uitvoering van zelfcontrole op (in dit geval buitenlandse) eieren. Deelname aan het programma is vrijwillig.

Meer nieuws

Avined

Stichting AVINED heeft als missie om met een efficiënte dienstverlening de huidige duurzame en robuuste marktpositie van de Nederlandse pluimveesector verder te versterken.

Lees meer

Werkwijze aanvullende monstername brononderzoek legeindbedrijven

Salmonella bemonstering ten behoeve van brononderzoek op legpluimveebedrijven

Het aantal Salmonella Enteritidis (S.E.) positieve legkoppels is de afgelopen jaren toegenomen. Besmettingsbronnen zijn nog onvoldoende in beeld. Het is wenselijk om – naast de reguliere en officiële monsters t.b.v. het Nationaal Controle Programma Salmonella (NCPS) – op legpluimveebedrijven aanvullende salmonella monsters te nemen om aanvullend onderzoek te kunnen doen naar mogelijke in- en versleeproutes van S.E. op legpluimveebedrijven.

Wanneer een meldingsplichtige en/of bestrijdingsplichtige Salmonella wordt aangetroffen in deze aanvullende monsters zou dit consequenties kunnen hebben voor uw bedrijf. Lees meer op de website van de NVWA: Welke typen salmonella zijn bestrijdingsplichtig? | Salmonella bij pluimvee | NVWA.

Het doel van deze communicatie is om duidelijkheid te verschaffen over de werkwijze rond het insturen van aanvullende salmonella monsters naast NCPS monsters.

Locatie monster Matrix Gevolg Vervolg
Binnen stal NCPS monsters

Onder NCPS monsters vallen: overschoenen, veegdoekjes, stof en mest. NB: stof/mest uit bijv. ventielen en ventilatoren worden als “binnen stal” beschouwd.

Verdachtstatus bij Salmonella spp NVWA verklaart koppel besmet indien S. Enteritidis of (monofasische) S. Typhimurium wordt gedetecteerd.
Binnen stal Niet NCPS monsters

(bijv. insecten, ongedierte)

Geen wijziging status Opvolgen alle negatieve stallen op het bedrijf met geborgde NCPS monstername door dierenarts binnen 2 weken na dagtekening uitslag serotypering (S.E./S.T.) van aanvullend salmonella monster.*
Buiten stal Niet NCPS monsters

(bijv. verpakkingsmateriaal /  eiertrays / ongedierte / huisdieren / laarzen / transportmiddelen / afleidingsmaterialen)

Geen wijziging status Opvolgen alle negatieve stallen op het bedrijf met geborgde NCPS monstername door dierenarts binnen 2 weken na dagtekening uitslag serotypering (S.E./S.T.) van aanvullend salmonella monster.*

*De veehouder mag vanaf de datum waarop de geborgde monstername heeft plaatsgevonden, doortellen voor het volgende NCPS-monster.

Let op: Wanneer niet aan deze vorm van geborgde monstername wordt voldaan, kan dit voor de NVWA aanleiding zijn om zelf een officiële monstername op het bedrijf uit te voeren.

Laat de dierenarts tijdens de geborgde monstername het bioveiligheidsplan zorgvuldig met u doornemen, zodat het risico op versleep binnen het bedrijf en naar andere stallen (zoals het pluimvee) zoveel mogelijk wordt beperkt.

Voor het correct verwerken van salmonella monsters is het belangrijk dat bij het insturen:

  • vermeld wordt wat de herkomst van het monster is (kipnummer + NAW-gegevens),
  • vermeld wordt van welke bron het monster is genomen (bijv. ongedierte, verpakkingsmateriaal, huisdieren) én
  • vermeld wordt of het monster binnen of buiten de stal is genomen. Indien het monster binnen de stal is genomen, vermeld dan ook het stalnummer.