Nieuws

Praktische tips rondom zonering

Een goede bioveiligheid rondom zonering helpt de insleep en verspreiding van ziektekiemen te beperken. De gevolgen van bijvoorbeeld een vogelgriepuitbraak of een salmonellabesmetting zijn groot. Samen moeten we alles op alles zetten om besmettingen te voorkomen.

Zonering werkt bij bewuste overgang

Zonering klinkt eenvoudig: deel een pluimveebedrijf op in zones met een verschillende hygiënestatus en voorkom dat ziekteverwekkers zich verspreiden. Toch zorgt juist dit onderdeel in de praktijk regelmatig voor verwarring.

QS facturatie 2026 / QS rechnungsstellung 2026

Op 19 oktober 2026 worden de facturen voor QS deelnemers over 2026 verstuurd. 

Meer nieuws

Avined

Stichting AVINED heeft als missie om met een efficiënte dienstverlening de huidige duurzame en robuuste marktpositie van de Nederlandse pluimveesector verder te versterken.

Lees meer

Doorontwikkeling hygiënescan – Tussentijdse resultaten

14 februari 2019

In opdracht van de pluimveesector en het ministerie van LNV voerden de Universiteit van Utrecht (UU) en Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) een inventarisatie uit naar de belangrijkste risicofactoren voor insleep van vogelgriep op het bedrijf.

Bij vrijwel alle bedrijven waar sinds 2014 een uitbraak is geweest van HPAI, is een uitgebreide enquête afgenomen om inzicht te krijgen in mogelijke insleeproutes. De bestaande hygiënescan, aangepast naar specifieke vragen rondom vogelgriep, is met behulp van deze informatie ingevuld en geanalyseerd. Ook is een uitgebreid literatuuronderzoek gedaan naar risicofactoren voor (HP)AI uitbraken. De inventariserende studie leverde de volgende voorlopige conclusies op:

  • Bioveiligheidsmaatregelen worden steeds meer en beter getroffen door pluimveehouders
  • Er zijn weinig bedrijven met een geheel aparte bedrijfshygiënesluis op het bedrijfsterrein, en in de periode van dit onderzoek waren niet overal douches aanwezig
  • Mogelijke risicofactoren voor vogelgriep:
    • ligging in een waterrijk gebied met veel waterpartijen en fourageermogelijkheden voor wilde vogels
    • aanwezigheid van huisdieren op het bedrijfsterrein
    • stallen die niet vrij zijn van ongedierte
    • opslag van strooisel die niet hermetisch kan worden afgesloten voor wilde vogels of ongedierte
    • ligging binnen 200 meter van een weg waarover regelmatig pluimvee wordt vervoerd of hobbymatig of professioneel contact met wilde vogels, pluimvee of siervogels van veehouders of familieleden.
  • Insleep via ventilatieopeningen kwam ook naar voren als een mogelijke risicofactor in deze studie. Echter leende de studie zich niet voor het vaststellen van een verband tussen het risico en deze onbekende insleeproutes.
  • Mogelijke bioveiligheidsmaatregelen:
    • beperken van de aanwezigheid van begroeiing, materialen en fourageermogelijkheden rondom de stallen voor beperken aantrekkelijkheid voor ongedierte of wilde vogels
    • hermetisch afsluiten van de strooiselopslag
    • zo goed mogelijk afschermen van (ventilatie)-openingen in de stal voor regenwater/condens of stofdeeltjes vanaf het dak of vanuit de directe omgeving van de stal

De uitkomsten van deze inventariserende studie moeten voorzichtig geïnterpreteerd worden. De uitkomsten zijn voornamelijk bedoeld om richting te geven aan vervolgacties in fase twee. Dit onderzoek is gefinancierd door de pluimveesector via de onderzoeksbedrage in 2018 én het ministerie van LNV.