M.g. infecties bij leg: kunnen we de bron van besmetting achterhalen?

Mycoplasma gallisepticum (M.g.) is een kiem die grote schade oplevert voor de commerciële pluimveehouderij. Door de georganiseerde aanpak komt M.g. weinig voor in Nederland. Maar het blijft een bedreiging voor de commerciële pluimveehouderij en kan veel schade opleveren op een individueel (vermeerderings)bedrijf. Zo ook bij legbedrijven waar nog steeds herbesmettingen en nieuwe besmettingen voorkomen. Daarom onderzocht GD in opdracht van de pluimveesector of het mogelijk is om genetische onderzoek in te zetten om de bron van deze M.g. besmettingen te achterhalen. Met als doel het verder terugdringen van M.g. besmettingen in de sector.

De afgelopen jaren zijn er veel waardevolle monitoringsdata verzameld over Nederlandse M.g.- infecties. Uit een risicoanalyse over een periode van 10 jaar en uit recente resultaten van deze monitoring blijkt het volgende:

  1. M.g.-infecties komen vooral bij leghennen voor, veel minder bij vermeerderingsdieren en kalkoenen en (vrijwel) niet bij fokpluimvee.
  2. Eerdere besmetting op het bedrijf, het houden van meerdere leeftijden en een Mg positief bedrijf in de buurt bleken belangrijke risicofactoren voor M.g.-besmetting.
  3. Nieuwe M.g.-besmettingen komen nog steeds voor in de leg.
  4. Herbesmetting en nieuwe besmettingen van M.g. treden op bij een- en meerleeftijden legbedrijven.
  5. Mg komt voor in de commerciële sector en bij hobbypluimvee.

Door meer inzicht te krijgen in de bron van deze besmettingen kan het aantal besmettingen mogelijk verder worden teruggebracht. Daarom voerde GD onderzoek uit naar de inzet van genetische typering voor brononderzoek in opdracht van de pluimveesector, gefinancierd via de onderzoeksbijdrage.

Genetisch onderzoek over data uit 1999 t/m 2019

GD voerde genetisch onderzoek uit op 36 M.g.-stammen van M.g. besmette bedrijven verzameld in de periode 1999 tot en met 2019. De M.g.-stammen waren afkomstig van uitbraken bij verschillende pluimveetypes (vleeskuiken, vermeerdering, leg, kalkoen en hobby). Er is veel variatie in de Nederlandse M.g.-stammen. En wat bleek?

  • Een aantal M.g.-stammen circuleert al meer dan 20 jaar door Nederland.
  • Dezelfde stammen worden in verschillende pluimveetypes gevonden (bijvoorbeeld kalkoen en vermeerdering).
  • Bij hobbypluimvee komen stammen voor die ook bij commercieel pluimvee voorkomen.    
     

Achterhalen bron is mogelijk, let op bioveiligheid

De resultaten van dit onderzoek laten zien dat deze genetische test gebruikt kan worden om inzicht te krijgen in de bron van een M.g.-infecties. Een belangrijke vraag is of op bedrijven die vaker positief worden, sprake is van herinfectie van dezelfde stam. Dit wijst erop dat M.g. op het bedrijf aanwezig blijft of dat er steeds sprake is van nieuwe stammen. In het eerste geval speelt de bioveiligheid op het bedrijf een grote rol. Als het een nieuwe stam is dan is een verbetering in bioveiligheid bij binnenkomst en rondom het bedrijf van groot belang.

Kortom, de test om genetisch onderzoek te doen van M.g. stammen draagt bij aan het verder terugdringen van M.g. bij legbedrijven met een herbesmetting of een nieuwe besmetting. Lees hier meer over veterinaire praktijkonderzoeken, gefinancierd door de pluimveesector via de onderzoeksbijdrage. Of lees op de website van GD meer over Mycoplasma.