Onderzoek naar Enterococcus cecorum in volle gang

De bacterie Enterococcus cecorum komt voor in de darm van gezonde kippen. Toch kan deze bacterie soms ook vervelend zijn, omdat de kiem ziekteverschijnselen en vooral locomotieproblemen kan veroorzaken. Dit leidt tot een economische schade voor het bedrijf. Om het ziekmakend vermogen van E. cecorum vast te kunnen stellen, voert GD in opdracht van AVINED veterinair praktijkonderzoek uit. Dit onderzoek is in volle gang.

Momenteel is er onvoldoende inzicht in het ziekmakende vermogen van verschillende E. cecorum stammen. GD onderzoekt of er unieke moleculaire kenmerken van de E. cecorum stammen zijn die het ziekmakend vermogen van de bacterie veroorzaken. Als deze unieke kenmerken gevonden worden, kunnen ze in de toekomst opgespoord worden. Daarom wordt in het lopende onderzoek ingezet op het verkrijgen van moleculaire kenmerken van E. cecorum-isolaten. Het onderzoek wordt gefinancierd door de pluimveesector via de onderzoeksbijdrage.
 

Voorbereidend onderzoek

Om moleculaire kenmerken te kunnen vinden, is het belangrijk om:

  1. Kiemen te vergelijken die afkomstig zijn uit laesies van zieke dieren met kiemen die afkomstig zijn uit de darmen van dieren die op het oog gezond lijken. Dit is uitgevoerd in 2019.
  2. Het ziekmakend vermogen van de geselecteerde kiemen te bevestigen in een bio-assay. Dit is een levend systeem, bijvoorbeeld kippenembryo’s, kippen, etc. Waarom is dit nodig? Omdat kiemen afkomstig uit de darm van gezonde dieren mogelijk toch ziekmakend kunnen zijn, dit moet worden uitgesloten.
     

Vervolgonderzoek

In 2020 worden relevante virulentiegenen vergeleken tussen E. cecorum-stammen. Hierbij worden genen vergeleken die verschillen in ziekmakend vermogen. Virulentiegenen zijn genen die het ziekmakend vermogen bepalen. Als er genetische verschillen boven tafel komen, kunnen deze gebruikt worden voor de ontwikkeling van tests. Via deze tests kan het ziekmakend vermogen van E. cecorum-isolaten snel worden vastgesteld.
 

Lees hier meer over veterinaire praktijkonderzoeken, gefinancierd door de pluimveesector via de onderzoeksbijdrage.